De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland in partnerlanden eraan bijdraagt dat de bestrijding van kinderarbeid een expliciete plaats in de nationale onderwijsplannen krijgt en dat dit gebeurt door de inzet van ambassades en via het kinderarbeidbestrijdingsprogramma van de ILO;

constaterende dat in dit kader met de ILO een driejarig programma (2010-2013) van 4,7 mln. is getekend in samenhang met de hulpprogramma’s van de Nederlandse ambassades in Uganda, Zambia, Mali en Bolivia;

van mening dat daardoor een belangrijke en vernieuwende bijdrage kan worden geleverd aan het integreren van de bestrijding van kinderarbeid in de nationale onderwijsprogramma’s en budgetten in die landen;

overwegende dat de regering in de mensenrechtennotitie bestrijding van kinderarbeid als speerpunt heeft benoemd;

verzoekt de regering, de samenwerking met de ILO om via basisonderwijs kinderarbeid te bestrijden niet tussentijds stop te zetten maar het volledige programma 2011-2013 gezamenlijk uit te voeren en tevens ambassades de ruimte te geven om succesvolle onderwijsprojecten ter bestrijding van kinderarbeid voort te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 38 (32605).

Reactie Knapen

In de motie-Voordewind op stuk nr. 38 wordt gevraagd om de ILO-programma’s tegen kinderarbeid, die worden ontwikkeld op basisscholen, niet tussentijds te stoppen. Als ik de toevoeging zo mag lezen dat wij het, als het gaat om succesvolle onderwijsprojecten, specifiek hebben over het ILO-element kinderarbeid, wil ik deze motie graag als ondersteuning van beleid aanvaarden.