Reacties namens de campagne ‘Stop Kinderarbeid – School, de beste werkplaats’ op de antwoorden die we van aangeschreven bedrijven en van de FNLI hebben ontvangen op onze brief over kinderarbeid tijdens het oogsten van hazelnoten in Turkije.

Van de volgende acht door ons aangeschreven leden van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) hebben we reacties ontvangen:

–         United Biscuits, in Nederland beter bekend als Verkade

–         de Koninklijke Wessanen met o.a. het merk Zonnatura

–         Unilever

–         Mars

–         Kraft Foods

–         Nestlé Nederland

–         Ferrero

–         NZV: de Nederlandse ‘Vereniging voor de Handel in Gedroogde Zuidvruchten, Specerijen en Aanverwante Artikelen’.

De FNLI zelf reageerde met een statement tijdens de première van de film ‘Kinderen van het Seizoen’ op 19 november jl. in De Balie. Van de FNLI leden heeft enkel de ‘Vereniging van Bakkerij en Zoetwarenindustrie’ niet gereageerd. Van AHOLD, geen lid van de FNLI, maar wel van het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL), is geen geschreven reactie ontvangen. Er werd wel een gesprek met het CBL gevoerd. Tony Chocolonely werd niet aangeschreven, maar heeft wel gereageerd.

Wat betreft de reactie van de FNLI  merken we het volgende op:

Positief

  • Wij waarderen het dat de FNLI een ‘zero tolerance’ beleid voor kinderarbeid hanteert en dat dit ook geldt voor de ‘directe leveranciers van grondstoffen, ingrediënten eindproducten’. De FNLI wil naar aanleiding van de kwestie m.b.t. kinderarbeid in Turkije ook inzicht krijgen in het mogelijk voorkomen van kinderarbeid in andere productieketens die leveren aan de levensmiddelenindustrie.
  • Uit haar reactie blijkt dat de FNLI ook de kinderarbeid verderop in de keten wil aanpakken en bereid is met alle betrokken partijen (overheid, bedrijven en NGOs) samen te werken om ervoor te zorgen dat er ‘in de gehele toeleveringsketen’ geen kinderarbeid meer voorkomt. Dat komt o.m. tot uiting in de bereidheid van de FNLI tot samenwerking met de campagne ‘Stop Kinderarbeid’.
  • Tenslotte juichen wij het toe dat de FNLI deze kwestie bij haar leden ‘urgent en actief’ onder de aandacht heeft gebracht en hen aanmoedigt om bij de contracten met leveranciers een clausule toe te voegen die ervoor zorgt dat de hazelnoten ‘zijn verkregen’ volgens alle nationale en internationale regelgevingen. Ook vraagt de FNLI haar leden om grondig onderzoek en gepaste acties uit te voeren en zal zij deze kwestie actief agenderen binnen Europese samenwerkingsverbanden van de levensmiddelenindustrie.

 

Opmerkingen en vragen

  • Uit de reactie blijkt dat er (in de meeste gevallen) afspraken zijn met de directe leveranciers en dat daar controles worden uitgevoerd, maar dat alleen de verwachting bestaat deze leveranciers dit op hun beurt laten onderschrijven door hun toeleveranciers. Uit de reacties van de afzonderlijke bedrijven (zie hieronder) blijkt dat dit in het algemeen nog niet of onvoldoende gebeurt.
  • De FNLI gaat in haar reactie niet in op de lage lonen en de slechte arbeids- en woonomstandigheden van de seizoensarbeiders. Deze problemen aanpakken zijn eveneens van groot belang voor het effectief bestrijden van kinderarbeid. Dit wordt nog onderstreept door het recente FNV rapport ‘Let parents earn and children learn’.
  • De rol van vakbonden wordt in de reactie niet genoemd. Er zijn Turkse vakbonden in de sector maar ook  onderwijsbonden in Turkije die ook het probleem willen aanpakken. De FNV en de AOb steunen dit.

Reacties van bedrijven

Uit de reacties van de aangeschreven bedrijven blijkt ook dat ze allemaal nog zoekende zijn naar een goede aanpak als het gaat om het bestrijden en uitbannen van kinderarbeid tijdens de Turkse hazelnootoogst.

Alle bedrijven geven aan dat zij tegen kinderarbeid zijn en ook de eis tegenover hun leverancier(s) stellen dat er geen kinderarbeid zou worden ingezet. Dat betreft in de meeste gevallen echter alleen de meest directe leveranciers, en dus niet de boeren die de hazelnoten produceren. De meeste bedrijven laten ook weten dat het verbod op kinderarbeid, en in een aantal gevallen ook de naleving van andere arbeidsnormen, in contracten met de directe leveranciers wordt vastgelegd. In de meeste gevallen wordt echter niet duidelijk of dit ook inhoudt dat de directe leveranciers op dit gebied ook verplichtingen hebben die tot dieper in de keten reiken, met inbegrip van de boeren, en of daarop controle van hen wordt verwacht.

De NVZ (Nederlandse Vereniging voor de Handel in Zuidvruchten, Specerijen en Aanverwante Artikelen) zegt wel dat zij tegen kinderarbeid is en er bij de leveranciers op aandringt te waarborgen dat er geen kinderarbeid plaatsvindt en dat de rechten van de arbeiders nageleefd worden, maar benadrukken het historisch en cultureel perspectief, relativeren het probleem en menen verder weinig te kunnen doen behalve advieste verstrekken aan hun leden.

Bijna alle bedrijven benadrukken dat zij graag willen samenwerken met andere partijen, waaronder de lokale overheid, NGOs en andere betrokkenen, om het probleem aan te pakken en sommigen zeggen dit al te doen. De helft van de bedrijven heeft meer of minder duidelijk aan beter zicht te willen krijgen wat de kinderarbeid en soms andere arbeidsrechtenkwesties zijn op het niveau van de hazelnootoogst bij de boeren. Sommigen hebben daartoe inmiddels al stappen ondernemen, al dan niet via hun directe leveranciers. Andere bedrijven blijven bij de constatering dat ze de kwestie met hun directe leveranciers hebben geregeld maar laten zich niet (duidelijk) uit of ze al of niet proberen meer informatie te krijgen over de situatie op de boerderijen/plantages waar de hazelnoten worden geoogst.

Drie bedrijven geven aan daadwerkelijk actie te zullen ondernemen als bekend wordt dat bij de door hen ingekochte hazelnoten op boerderijniveau kinderarbeid wordt ingezet. Een bedrijf heeft de import van Turkse hazelnoten voorlopig stopgezet tot effectief duidelijk wordt dat deze zonder kinderarbeid zijn geoogst. Een tweede bedrijf spreekt over gepaste acties. Tenslotte geeft één van de bedrijven aan leveranciers te willen steunen die verder in de keten een probleem hebben met kinderarbeid en dit daadwerkelijk wensen aan te pakken.

Concluderend: de bereidheid tot actie tegen kinderarbeid tijdens de hazelnootoogst is over het algemeen zeker aanwezig, maar wordt meestal nog niet erg concreet. Het merendeel van de bedrijven blijft vaag over het feit wat ze daadwerkelijk gaan doen op het niveau waarop het probleem speelt: de plantages waar de hazelnoten worden geoogst.

De arbeid van volwassenen blijft nog onderbelicht. Geen van de bedrijven geeft aan wat zij gaat doen om kinderen tijdens de hazelnotenoogst naar school te krijgen, al dan niet samen met de overheid, vakbonden en NGO’s. Wel wordt in het algemeen de bereidheid uitgesproken om rond deze kwesties samen te werken met andere directe betrokken zoals overheden en NGO’s. Onterecht worden vakbonden in dit verband niet of nauwelijks genoemd.

Zeer positief is dat enkele bedrijven laten weten dat ze er tot op het niveau van de hazelnootplantages aan willen werken dat kinderarbeid wordt uitgebannen. Zij zien blijkbaar mogelijkheden om dit te doen, hoewel het nog niet heel concreet is  hoe ze dat gaan doen. Dit betekent dat ook andere bedrijven, zeker de grote, mogelijkheden hebben om voor een dergelijke aanpak te kiezen.

Stop Kinderarbeid is zeker bereid om het gesprek met de FNLI en de afzonderlijke bedrijven verder te zetten, maar zal ook de consument blijven informeren over de voortgang van de strijd tegen kinderarbeid en de onderbetaling van hun ouders.

We zullen samenwerking zoeken met lokale partners, zoals vakbonden, onderwijsbonden en NGO’s om de situatie ter plekke ook aan te pakken en daadwerkelijk verbeteringen te realiseren.

Enkele aanbevelingen voor stappen/maatregelen die bedrijven en de FNLI kunnen nemen.

  1. Maak voor de aanpak van kinderarbeid in de productieketen gebruik van de ‘Handleiding voor bedrijven om kinderarbeid te bestrijden’. Zie: http://www.indianet.nl/actieplankinderarbeid.html
  2. Breng in kaart hoe de situatie eruit ziet met betrekking tot kinderarbeid en arbeidsomstandigheden tijdens het oogsten van hazelnoten. Maak duidelijk hoe dat onderzoek gedaan wordt en werk daarin zo nauw mogelijk samen met lokale organisaties. Rapporteer daarover, alsook over de publiekelijk genomen maatregelen.
  3. Werk samen met de Turkse overheid, lokale vakbonden en NGO’s om ervoor te zorgen dat de kinderen die nu school verzuimen vanwege de migrerende seizoensarbeid in de landbouw, toch naar school kunnen gaan tijdens het oogstgebied of – via kostscholen – in hun oorspronkelijke woongebied.
  4. Neem maatregelen in samenwerking met de leveranciers om ervoor te zorgen dat de lonen, arbeids- en leefomstandigheden van de werknemers in de seizoensarbeid in overstemming zijn met alle lokale en andere relevante wetten en regelgevingen en met internationale verdragen van de ILO en de VN. Onderhandel daarover waar mogelijk met lokale vakbonden.
  5. Breng als FNLI in kaart wat de leden doen om kinderarbeid tijdens het oogsten van hazelnoten en andere levensmiddelen, grondstoffen of producten, te bestrijden en rapporteer daar over publiekelijk.
  6. Overleg als brancheorganisatie met de Europese Commissie over de maatregelen en stappen die het bedrijfsleven zelf zal nemen en stem dit af op de initiatieven die de Commissie kan nemen in het kader van onder meer de gesprekken met de Turkse autoriteiten in het kader van de EU-Turkije Associatie Overeenkomst.
  7. Overleg als Europese brancheorganisatie met ILO en Unicef over hun mogelijke bijdrage tot het oplossen van kinderarbeid en andere arbeidskwesties met betrekking tot seizoensarbeid in de Turkse landbouw.
  8. Ga als brancheorganisatie, ook op Europees niveau, een gesprek aan met de Turkse overheid over de uitvoering van de recente circulaire m.b.t. verbetering van arbeids- en leefomstandigheden bij migratie-arbeid en de rol die zowel individuele bedrijven als bedrijven daar gezamelijk in kunnen spelen (zie Annex II hieronder).

Onderstaande Annex II is een bijlage aan de brief die Europees Commissaris Stefan Füle op 18 november 2010 stuurde aan Europarlementariër Emine Bozkurt.