Oogstwerk

Oogstwerk

Het merendeel van de migrantenfamilies trekt door heel Turkije op zoek naar werk en neemt deel aan de oogst van meerdere seizoensproducten zoals tomaten, tabak, abrikozen, pistachenoten en hazelnoten. Langs het Zwarte Zeegebied, in de provincies Ordu en Giresun groeien de hazelnoten welig. Daar kunnen migrerende arbeiders 4 tot 6 weken met de oogst bezig zijn, want op hoger gelegen (koudere) boomgaarden worden de hazelnoten pas later rijp dan op de lager gelegen, warmere boomgaarden.

IMG 3857 (648x432)

Van de migranten families wonen zo’n 30% bij de boer en 70% in de kampementen. De arbeidsvoorziening is niet formeel geregeld. Er ontstaan soms vaste contacten tussen de boeren en de families, waardoor deze families meerdere, opeenvolgende jaren bij dezelfde boer meewerken tijdens de oogst. Zij verblijven dan veelal op het terrein van de boer. Maar de arbeidsvoorziening verloopt grotendeels via bemiddelaars die tegen een commissie van 10% van het loon vraag en aanbod bij elkaar brengen. Een bemiddelaar plaatst honderden, tot soms meer dan duizend werknemers.

Een commissie bepaalt voorafgaand aan het oogstseizoen de lonen. Deze commissie bestaat uit verschillende overheidsvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van de hazelnootsector. Per dag verdienen arbeiders uit de eigen regio in de oogsttijd TL 45 (Turkse Lira, +/- € 18) voor 8 uur werktijs. Contractmigranten (zoals Georgiërs) krijgen zo’n TL 38 per dag en Koerdische seizoensmigranten ontvangen TL 28-30 per dag. Belangrijk verschil is niet alleen dat Koerden duidelijk minder betaald worden, maar hiervoor ook wel 11 uur per dag dag moeten werken. Als een maaltijd wordt verstrekt wordt TL 3 ingehouden op het loon. In de praktijk zijn er verschillen in de bedragen die worden betaald door de boeren. Afspraken hierover worden gemaakt met de koppelbazen, en niet met de arbeiders zelf.

De meeste boeren wachten met oogsten totdat de hazelnoten rijp zijn en op de grond vallen. Oogsten is dan een kwestie van ‘rapen’. De boer of één van de arbeiders lopen de bomen nog eens na met een mes-op-stok om de overgebleven trosjes hazelnoten af te snijden. Het werk is letterlijk ‘kinderlijk’ eenvoudig te noemen; niet voor niets dus zijn kinderen bij de opdrachtgevers van de koppelbazen zo gewild. Ze rapen handig en zijn volgzaam.